Deze verklaring is langer dan een gebruikelijk persbericht, en dat is bewust: we leggen hier niet alleen onze reactie vast, maar ook wat we ervan hebben geleerd en waar we naartoe willen. Dat vraagt om meer ruimte dan een paar alinea’s.
We beginnen met een reactie op het rapport dat de IGJ heeft gepubliceerd, en op de twee andere onderzoeken die de afgelopen periode hebben plaatsgevonden. Vervolgens delen we onze reflectie op de context. We sluiten af met hoe we verbeteren, en hoe we u op de hoogte blijven houden.
Leren van wat beter had gemoeten
Kinderen en jongeren die niet thuis kunnen wonen, moeten kunnen rekenen op een plek waar zij zich veilig voelen. Met professionals en organisaties om hen heen die goed kijken, luisteren en handelen als er zorgen zijn.
Een vandaag gepubliceerde zakelijke weergave van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd laat zien dat dit bij een gezinshuis waarmee wij hebben samengewerkt, niet op alle momenten voldoende is gelukt. Dat raakt ons diep, vooral vanwege de jeugdigen die hierbij betrokken zijn geweest en die deze ervaring nu met zich meedragen. Het spijt ons dat ons handelen heeft bijgedragen aan de situatie waarin deze jeugdigen zich hebben bevonden.
Conclusie van de inspectie
De Inspectie onderzocht de hulp aan de jeugdigen die in Gezinshuis Bersama, te Niekerk, woonden. De inspectie concludeert dat signalen over de veiligheid van de jeugdigen door de betrokken organisaties onvoldoende met elkaar zijn gedeeld, in samenhang zijn bekeken en opgevolgd. Cornerstones was als hoofdaannemer betrokken bij dit gezinshuis.
Over onze rol concludeert de Inspectie onder andere dat we verbeterpunten binnen het gezinshuis onvoldoende hebben gevolgd en geborgd, dat onze coaching onvoldoende doelgericht was, dat we signalen onvoldoende als mogelijk patroon hebben herkend en dat belangrijke informatie en professionele afwegingen onvoldoende navolgbaar zijn vastgelegd.
Wat wij zien
Destijds hebben we de verschillende signalen afzonderlijk gezien en opgepakt. Als gevraagde verbeteringen door de onderaannemer uitbleven, hadden we eerder en steviger moeten handelen. Terugkijkend hadden we patronen moeten zien, resultaatafspraken met verantwoordelijken moeten maken en steviger moeten handelen.
In januari 2026 hebben we zelf onderzoek uitgevoerd over deze casus. Daarnaast hebben we in de eerste helft van 2026 een extern bureau onderzoek laten doen naar de samenwerking tussen Cornerstones als hoofdaannemer en de gezinshuizen die als onderaannemer voor ons werken. Samen geven deze drie onderzoeken (eigen, extern en IGJ) een compleet beeld van de context en de punten waarop wij zelf beter hadden moeten handelen.
Een terugkerende uitkomst van alle drie de onderzoeken is het gegeven dat wij, en onze onderaannemers, besluiten en afwegingen onvoldoende navolgbaar vastleggen.
Wat we hebben veranderd in onze werkwijze
Cornerstones staat voor het bieden van een veilige basis voor al onze jeugdigen. Als hoofdaannemer nemen wij daarin de verantwoordelijkheid en regie, ook wanneer de dagelijkse zorg bij een gezinshuis ligt. Vanuit onze verantwoordelijkheid en regierol hebben we niet gewacht op de bevindingen van de inspectie en na november 2025 direct actie ondernomen. De uitkomsten van de eerder genoemde onderzoeken hebben geleid tot een aanscherping van onze bestaande werkwijze, op dezelfde punten waarop de inspectie concludeert dat we tekort zijn geschoten.
Om te beginnen bij het herkennen van signalen als mogelijk patroon: we hebben onze werkwijze versterkt waarbij signalen over een langere periode structureel worden samengebracht in één actueel overzicht per gezinshuis, in plaats van dat ze los van elkaar worden beoordeeld. Zo moet niet één signaal, maar de opeenstapeling van signalen over tijd, sneller leiden tot bijsturing.
We versterkten ook de systematische monitoring van de draagkracht en draaglast binnen gezinshuishoudens, met een instrument dat Cornerstones verder heeft ontwikkeld. De uitkomsten van de monitoringbepalen hoe intensief we gezinshuisouders blijven volgen, ondersteunen en welke actie nodig is. Ook betrekken we sinds deze werkwijze nog intensiever onze in dit proces.
Onze coaches en gezinshuisouders maken samen doelgerichter coachingsafspraken door helderder onderscheid te maken tussen de ondersteunende, coachende rol en het moment waarop toezicht nodig is. Bij toenemende zorgen verschuift de rol van coaching daarom nadrukkelijker naar toetsen op veiligheid, met een vast format waarin signalen, afwegingen, besluiten en evaluatiemomenten worden vastgelegd. Daarmee borgen we ook dat belangrijke informatie en professionele afwegingen navolgbaar blijven — een van de punten waarop de inspectie ons terecht heeft aangesproken. Op bestuurlijk niveau houden we deze ontwikkeling bij.
De matching tussen een jeugdige en een gezinshuis is een aandachtspunt waarop wij eerder al stappen hebben gezet. Dit is aangescherpt en navolgbaar vastgelegd.
Met huidige en nieuwe gezinshuizen maken we expliciete afspraken: duidelijke stappen, resultaatafspraken met de verantwoordelijken, inclusief rolverdeling en de consequenties die volgen als afspraken niet worden nagekomen. Dit doen we ook wanneer besluitvorming in de praktijk bij het gezinshuis of bij een ketenpartner ligt. Als hoofdaannemer blijven we als verantwoordelijk voor een verantwoord zorgaanbod, en spreken we elkaar daarop aan.
Complexe context
We zouden heel graag willen zeggen dat we alle antwoorden hebben, maar dat is helaas niet zo. De zakelijke weergave van de inspectie geeft duidelijk aan welke tekortkomingen er bij de betrokken partijen zijn geconstateerd, maar biedt daarbij niet de volledige context. Cornerstones begrijpt dat deze zakelijke weergave een beknopte weergave is. Het onderzoek van de IGJ is gericht op de situatie van specifieke jeugdigen, en die jeugdigen hebben weinig baat bij een bredere discussie over het jeugdzorgstelsel en de context daarvan.
Dat is precies waarom we hier een onderscheid willen maken. De problemen die we hieronder beschrijven, zijn problemen van het systeem, niet van het kind. Voor de jeugdigen die iets hebben meegemaakt, verandert deze context niets aan wat hen is overkomen — het is geen verklaring die dat goedmaakt, en die pretentie heeft het ook niet. Maar voor de manier waarop wij, de gezinshuizen waarmee we werken, en de rest van de keten dit werk in de toekomst beter kunnen doen, is deze context wel van belang.
Gezinshuizen
Wij vragen veel van gezinshuisouders, en dat willen we ook uitspreken: zij doen intensief, zwaar en waardevol werk. Zij bieden niet alleen professionele begeleiding, maar stellen ook hun eigen huis en gezin open voor jeugdigen met vaak een complexe voorgeschiedenis. Daardoor lopen hun professionele en hun persoonlijke leven in elkaar over: hun werk speelt zich af in hun eigen woonkamer, aan hun eigen keukentafel, tussen hun eigen partner en kinderen. Dat maakt gezinshuisouders op een bijzondere manier kwetsbaar — kwetsbaar in hun rol als professional én kwetsbaar in hun privéleven, tegelijkertijd en op dezelfde plek. De inzet van gezinshuishoudens verdient erkenning.
Gezinshuisouders werken bovendien relatief zelfstandig, zonder dagelijks collega’s om de hoek, waardoor spanningen zich kunnen opstapelen voordat iemand anders ze opmerkt. En er speelt nog iets, dat we onszelf scherp willen aanrekenen: wij zijn voor gezinshuisouders tegelijk coach én toetser. Dezelfde organisatie die hen ondersteunt en meedenkt, beoordeelt ook of een plaatsing nog verantwoord is. Dat maakt het voor een gezinshuisouder extra moeilijk om open te zijn over overbelasting — wie eerlijk zegt dat de draaglast te groot wordt, loopt het risico dat diezelfde eerlijkheid tegen de eigen plaatsing lijkt te worden gebruikt. Dat is een spanning die wíj als organisatie veroorzaken, niet de gezinshuisouder, en die spanning moeten wij dus ook oplossen.
Een belangrijke vraag is dan ook hoe we ervoor zorgen dat gezinshuisouders zich veilig genoeg voelen om vroegtijdig te vertellen dat iets niet goed gaat of dat de draaglast te groot wordt — terwijl wij tegelijkertijd onze eigen verantwoordelijkheid moeten blijven nemen om kwaliteit en veiligheid te bewaken. Dat is precies waarom we scherper vastleggen en expliciet maken wanneer coaching overgaat in toetsing: zodat een gezinshuisouder die aan de bel trekt, weet waar die aan toe is, en geholpen wordt in plaats van zich in de eerste plaats beoordeeld te voelen.
Die twee dingen staan niet tegenover elkaar. Juist door gezinshuisouders de ruimte te geven om vroegtijdig te melden wat er speelt, kunnen wij onze eigen rol — meedenken, monitoren en waar nodig ingrijpen — beter vervullen. Gezinshuisouders die zich kwetsbaar durven op te stellen, verdienen een organisatie die hen daarin steunt, niet een organisatie die daar in eerste instantie een probleem in ziet.
Ook versnipperd toezicht speelt een rol. Een gezinshuis krijgt tegelijkertijd te maken met kwaliteitstoezicht van de hoofdaannemer, veiligheidstoezicht van de gecertificeerde instelling, toezicht vanuit de gemeente, en toezicht van de inspectie — elk met eigen instrumenten, eigen taal en eigen verantwoordingslijnen. Voor gezinshuisouders, die het grootste deel van de zorg alleen dragen, betekent dat voortdurend schakelen tussen verschillende partijen zonder dat vanzelf één samenhangend beeld ontstaat
Systeem
We werken in een jeugdzorgstelsel dat op dit moment niet goed genoeg werkt. Er is een tekort aan passende plekken en aan personeel, en de financiële ruimte is beperkt, terwijl de zorgvragen van jeugdigen steeds complexer worden. Dat betekent dat een plaatsing soms gecontinueerd moet worden, ook als die niet meer past bij wat een kind nodig heeft — simpelweg omdat er geen alternatief is.
Het toezicht op gezinshuizen is versnipperd en schiet tekort. Wij hebben zelf ervaringen waarbij we als hoofdaannemer bij toezichthouders hebben gemeld dat we de kwaliteit van een gezinshuis niet toereikend vonden — en waarbij dat gezinshuis vervolgens gewoon verder kon, via een maatwerkovereenkomst. Een systeem waarin een zorgaanbieder een zorgvuldig onderbouwd signaal afgeeft en dat signaal vervolgens nergens landt, is geen toezicht. Dat is een gat. Dit hebben we al in 2024 in een signaalbrief aangekaart bij toezichthouders, gemeenten en het ministerie.
Ook de manier waarop wet- en regelgeving de informatie-uitwisseling tussen organisaties beperkt, helpt kinderen niet. Privacy is belangrijk. Maar wanneer noodzakelijke informatie over kinderen, gezinshuizen en gezinshuisouders de professionals die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van een kind niet kan bereiken, beschermt die privacy niemand. Integendeel: ze kan er juist toe leiden dat een kind minder zichtbaar wordt voor degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar veiligheid.
Deze context neemt niet weg dat Cornerstones in deze casus anders had moeten handelen. Dat blijft onze eigen verantwoordelijkheid, en die nemen we ook. Tegelijkertijd laat deze situatie zien dat we opereren binnen een systeem dat ons, en de gezinshuizen waarmee we werken, regelmatig in een moeilijke en soms onmogelijke positie brengt.
We zijn in samenwerking met externe partners een project gestart voor het ontwikkelen van een nieuwe vorm van toezicht en om het continu leren van gezinshuizen anders in te richten. Een vorm die recht doet aan het kind, én aan de gezinshuisouders die dag in dag uit dit werk doen. In de zomer van 2026 hebben we de inkoopregio’s waarin we werken gevraagd om hierin met ons op te trekken. We hopen dat andere gezinshuizen, gemeenten, de inspectie en collega-organisaties zich hierbij aansluiten — want dit los je niet op als één partij, dit los je op met elkaar.
Een veilige basis vraagt iets van ons
Cornerstones werkt vanuit de visie dat een jeugdige niet losstaat van de mensen en organisaties om hem of haar heen. Een veilige basis voor een kind ontstaat alleen wanneer ook de volwassenen en organisaties daaromheen goed samenwerken, elkaar vertrouwen én elkaar durven aanspreken. Dat is hier niet goed gegaan. We gaan bewuster om met het motiveren van onze medewerkers en gezinshuizen zodat het voor hen veiliger wordt om zich kwetsbaar op te durven stellen, en dat blijven we doen. Soms betekent zorgen voor elkaar ook dat je eerder een moeilijke vraag moet stellen. Dat je een afspraak niet alleen maakt, maar controleert of die wordt nagekomen. Dat je verschillende signalen naast elkaar legt. En dat je handelt wanneer iets niet goed genoeg gaat. Dit alles heeft uiteindelijk maar één doel: dat een jeugdige in een gezinshuis zich echt gehoord en veilig voelt, en dat wij dat sneller zien, ook wanneer hij of zij het zelf niet vertelt.
We vertellen wat we leren
Wij vinden transparantie belangrijk, omdat dit de basis is voor vertrouwen. We gaan de komende periode ieder kwartaal laten zien wat we hebben veranderd, wat daarvan in de praktijk werkt en waar verdere verbetering nodig is. Wat wij leren, kan relevant zijn voor andere gezinshuizen, zorgorganisaties, gemeenten en professionals. Jeugdhulp verbeteren kunnen we alleen samen.
Heb je vragen of zorgen?
Ben je jeugdigen of ouder/verzorger en roept dit bericht vragen of zorgen bij je op? Of heb je zelf iets meegemaakt waarover je met ons wilt praten?
Neem dan contact met ons op via luisteren@cornerstones.eu
We luisteren naar wat je wilt vertellen en kijken samen wat er nodig is.
Voor de pers
Neem contact op via media@cornerstones.eu
Wij kunnen ons voorstellen dat er veel vragen zijn vanuit de media rond dit onderwerp. Wij verzoeken u om de vragen op de mail te zetten dan zullen wij deze waar mogelijk beantwoorden.
